logo

Bart Stouten

EEN UITJE NAAR DE VERGETEN CONTINENTEN VAN DE GEEST

Dit uitmuntend grafisch portfolio van Rainier Boidin heeft als vertrekpunt een gevoelig geobserveerde, haast wetenschappelijk bestudeerde werkelijkheid. Toch is die werkelijkheid enkel een aanleiding, nergens een problematische of opdringerige obstructie. Inzet is vooral de doorwerking van Boidins natuurtalent naar een hoogst veelkantige, avontuurlijke stijl die zich niet in de bekende artistieke paradigma’s laat vangen om een fonkelnieuw en in alle opzichten verrassend universum van verbeelding te scheppen.

In dit feest van de verbeelding wordt een oorspronkelijke, zorgvuldig haar eigen evenwicht bewakenende, zelfreflexieve grafische realiteit geboren, een besloten ruimte die in staat is na te denken over zichzelf, tot ze er voldoende van overtuigd is dat alle door de kunstenaar ingezette elementen hun maximaal effect hebben gerealiseerd, zonder de rust van de beschouwing te verstoren. In de panache van Boidin openbaart zich inderdaad een wondere, ongrijpbare wisselwerking van verlopende tonen, dansende lijnen, transparante maar ook donkere, opake velden, heel ademend en fris — het beste equivalent in visuele kunst van muzikaliteit en dans in de ruimte van een grote, sfeervolle zaal.

Een feest is het zeker. Maar de werkelijkheid wordt niet buiten spel gezet. Ze wordt geïntensifieerd, verhevigd. En dat niet enkel in haar bevallige dimensie. Met evenveel gemak suggereert Rainier Boidin immers de werking van neerdrukkende zwaartekracht; de dilaterende invloed op het bewustzijn van leegte en stilte, zoals we die ook kennen uit de doeken van Edward Hopper; de kracht van fijn geregisseerd gebaar en gestyleerde gestiek die ons herinnert aan de meticuleus geëlaboreerde vormentaal van barokopera’s; of de onvoorspelbare interactie van berekening en spontaneïteit die ons doet denken aan de innerlijke spanningen van het expressionisme. De indruk die dit oeuvre nalaat is er een van goed voorbereide improvisatie. Tijdens die improvisatie worden bakens verzet op een wijze die heel natuurlijk aanvoelt, gestuurd door een innerlijke powerplay die Boidin tot een van de meest opmerkelijke kunstenaars van deze tijd maakt.

Een weelde van technieken wordt benut: de kunstenaar creëert fraktaaltjes van vormen met een schat van details die zelf weer nieuwe details herbergen en in zekere zin ook aanzwengelen, tot de inspiratie helemaal is uitgeleefd en een ‘ademende harmonie’ zichzelf heeft uitgebalanceerd. We kunnen gewagen van de geboorte van een sensuele cosmos, een micro-cosmos. Boidin penetreert als het ware de densiteit van een nevelvlek om kleinere vormelementen een kans te geven, opdat onze verbeelding kan ademen en zich vermeien in de interactie tussen grote mysterieuze onstuimigheid, enerzijds, en heel herkenbare, troostende objecten die gerelateerd zijn aan onze vertrouwde denkwereld, anderzijds. Hij schuift diverse kleuren over elkaar, creëert daarbij effecten die doen denken aan het oude nat-in-nat schilderen uit de aquarelkunst. Hij daagt zijn lijnen uit tot ze zich gedragen als waardige, centrale acteurs op de bühne van zijn grafiek. Deze heel elokwente, agiele dimensie tilt het vertrouwde leven van Boidins publiek op tot een in mysterieuze ruimte evoluerend ritueel, en inspireert terloops dat publiek tot een fris herdenken van alle uitgesleten, beperkende kennis over de werkelijkheid. De indruk die ontstaat neigt naar vervoering: we worden verleid door de nieuwe diepte van het eigen bekende leven, dat nu een verbinding is aangegaan, ja helemaal verklonterde met de fantasie.

De suggestie die Rainier Boidin opwekt vergaloppeert zich nooit om méér te zijn dan ze lijkt. Bovendien staat ze helemaal in funktie van de erotiserende interactie tussen onze zintuigen. Een gezicht is niet zomaar een gezicht, het schept in de eerste plaats kansen voor een lichtspel met chiaroscuro dat aan de lichtregie van Caravaggio doet denken. De prachtige schaduwvelden beelden de ongekende lommerte uit van de geest, als een landschap dat diepte krijgt in het vroege ochtendlicht van de intuïtie.

Al te bevallige objecten worden geschuwd. Boidin wil, met een passie die aan Munch doet denken, ook het afschrikwekkende uitbeelden, maar dan op een verzachtende wijze die eerder uitnodigt tot empathie. De donkere golf, die de deteriorering van het leven in de 21e eeuw oproept, of het besef van nakende dood in elk leven, is die van een oceaan waaruit verraderlijke tsunami’s à la Hokusai kunnen oprijzen: de dodende golf breekt in duizend kleine schuimkopjes, haarscherp weergegeven details die altijd in het doek, wat er ook gebeurt, een merkwaardig structureel evenwicht bewaken.

Deze kunstenaar denkt misschien niet altijd, maar toch wel heel vaak, figuratief, dat wil zeggen op momenten waar je figuren kan ontdekken blijken ze, bij nadere inspectie, polyvalente vormen te zijn die ook als vector naar een onuitgesproken gebleven onstoffelijkheid dienst doen: deze abstractie kunnen we interpreteren als de inwerking op onze geest van obscure krachten, krachten die we dienen te confronteren in de moeilijke omstandigheden waarin we, net zoals de uitgebeelde personages, moeten overleven. Veeleer zijn die ‘figuren’ dan een prikkel voor de verbeelding om achter de herkenbare vorm een nieuwe diepte, een onvermoede existentiële rijkdom te ontdekken. Tegelijk plaatst Rainier Boidin de oude schoonheid in een onverwacht perspectief van deprivatie en ontheemding.

Heel typisch voor dit procédé van openbaring is de wijze waarop een fysiek aspect de uitnodiging inhoudt voor het op gang brengen van een krachtenspel waarin licht, donker en schaduw heel ritmisch interageren, met gevoel ook voor herhaling en alle variatie daarin, soms binnen geometrisch uitgezette kaders die tekenend zijn voor de veelzijdigheid van Boidins lijn: die ‘kaders’ gedragen zich dan als bonte serpentine of ze willen ontsnappen aan hun figuratieve beperking en streven ernaar de waarde te krijgen van een symbool, een teken.

Ik houd van het synesthetisch effect dat de olieverf teweegbrengt. Ze mixt kleur en geur, beweging en muziek. Je kan de olie haast proeven, en dat is typisch in een denkwereld waarin de dingen niet zijn wat ze lijken, zoals ook de kleuren zelf, die zich bewust zijn van alle potentialiteit in zich, en soms zo dicht tegen elkaar aanleunen (groen-blauw, donkerbruin-rood) dat ze nieuwe tussenkleuren suggereren. Op andere momenten nemen de kleuren de rol over van frele ondersteuning, of krijgen ze een soort zijkant in hun zoektocht naar de gewenste toonwaarde.

Maar wat ik in heel dit proces nog het meest indrukwekkend vind, is het feit dat Rainier Boidin zich aldoor de vraag naar de ‘raison d’être’ van het gehanteerde medium blijft stellen. Dat doet hij door elementen te verbinden uit de hemisferen van waterverf en olieverf; door aan te leunen bij Chinese en Japanse calligrafietechnieken, die hem toelaten elementen uit zen te hanteren en de ongeëvenaarde trefkracht van Oostindische inkt te benutten. Welke combinaties hij ook inzet, je staat er versteld over dat een tekening ook de wezensgesteldheid van een landschapsschilderij of een portret kan krijgen. Ik ben dan ook beslist de mening toegedaan dat het werk van Rainier Boidin een schatkamer van ontdekking is die naar de verst afgelegen continenten voert – niet alleen naar de continenten van onze aardbol, maar ook de veel minder druk bezochte continenten van onze eigen geest.

Bart Stouten

Leave a reply